Er was de voorbije eeuwen heel veel passage in de Oude Sint-Martinuskerk

Het oudste geschreven document dat een spoor bevat van de Oude Sint-Martinuskerk dateert van 1287. De geschiedenis gaat echter minstens terug tot de 11de eeuw toen de kanunniken van het kapittel naast de Sint-Hermeskerk ook nog een tweede hulpkerk bouwde. Beide kerken moesten dienen om de gelovigen van de opkomende handelsnederzetting rond de Grote Markt onderdak te geven.

In de 15de eeuw

Van de Sint-Pieterskerk zijn ten zuiden van de Sint-Hermeskerk enkel nog de grondvesten zichtbaar en ook van de oorspronkelijke Romaanse Sint-Martinuskerkje is niets bewaard. Alleen wordt in de 15de eeuw de ijzerzandsteen gerecycleerd bij de heropbouw van de toren. De vierkante basis krijgt dan zijn mooie achthoekige klokkenkamer. Onderaan worden in de 17de en 18de eeuw grafzerken geplaatst van onder meer pastoor Christophorus de le Tenre.

De rest van de kerk wordt tegelijk heropgebouwd als een gotische hallenkerk in baksteen, inclusief twee beuken en drie kapellen voor respectievelijk Sint-Crispijn, Sint-Mauritius en Sint-Sebastiaan.

In de 19de eeuw

Om een nieuwe bevolkingstoename aan te kunnen gaan de kapellen in 1807 tegen de grond en komt een derde beuk in de plaats. Nog eens 20 jaar later krijgt de kerk een imposant dwarsbeuk, een onderkelderd koor met sacristie en een vergaderzaaltje in strenge classicistische stijl. De plannen zijn van architect Lodewijk Roelandt die ook verantwoordelijk is voor de Gentse universiteitsaula. Het ontwerp van Louis Minard, de architect van de Gentse Minardschouwburg, haalde het niet.

Later leidde onder meer Ronsenaar Frédéric Bruneel, bouwmeester van de Brusselse Noord-Zuid spoorverbinding, nog verschillende verbouwings- en restauratiewerken. Tot in 1891 de knoop wordt doorgehakt om een grootste parochiekerk te bouwen in de nieuwe stadswijk. In 1986 word de kerk ontwijd en een jaar later verkocht en ingericht als houtzagerij.

In de 20ste eeuw

In 1906 koopt de parochie het koor opnieuw aan om er Cinema Familia in onder te brengen, terwijl het schip een houtzagerij blijft.

In 1924 wordt de toren afgestaan aan de stad.

Het schip wordt in 1933 aangekocht door Julien Van Hasselt om er een garage met woning van te maken.

Vanaf 1936 is de toren beschermd als monument.

In 1960 wordt het koor opnieuw verkocht en tasten nivelleringswerken de stabiliteit van het gebouw aan.

In 1982 trachten de vzw Vrienden van het Ronses Cultuurpatrimonium dit kerkdeel nog te redden maar uiteindelijk wordt het in 1996 wegens instortingsgevaar afgebroken. Het schip blijft dienst doen als autogarage.